Stap in, gordels vast en reis deze expeditie allemaal gezellig met me mee. Altijd leuk, een voorjaarsbevalling in mijn eigen wijk, overdag, derde kindje, grappig stel, Geert en Dionne. Vorige keer vlot thuis bevallen. Zeer vlot zelfs, want ze zouden eigenlijk ziekenhuis-bevallen omdat hun zoontje klein werd geschat. Maar dat haalden ze niet.

Zij was in de badkamer, baby was er opeens en overal zaten groenige vruchtwaterspetters met her en der een bloedspat erbij. Het stel woonde toen niet in Zeewolde, maar sinds een maandje wel, en dat slechts twee straten van mijn huis. Halverwege de ochtend belde ze over vruchtwaterverlies, geen krampen, goed leven. Nuchter en laconiek als ze is, was ze om vier uur in de nacht wakker geworden van een nat been, om daarna weer in slaap te vallen. Om twaalf uur zag ik inderdaad vocht aflopen, mooi helder, dus dat was al fijn. Goede regelmatige harttonen, alleen nog geen harde buiken of krampen. We spraken af om in de avond opnieuw te checken, of eerder bij adequate weeën.

Om vier uur belde ze. Natuurlijk was ik net helemaal aan de andere kant van het dorp in plaats van die twee straten verderop. Dionnes melding was kort maar krachtig: ‘Ooooeh! Meteen heftige weeën!’

Met gas op de plank terug dan maar. Jullie hadden de gordels al vast toch? Merken jullie ook eens hoeveel drempels de Zeewoldense-woonwijken hebben. Aankomst: kwart over vier. Heftig puffend ligt ze op bed, er is voor zover ik kan bespeuren al flink veel ontsluiting.

Geert krijgt de opdracht om direct een kraamverzorgende te laten komen. Hij is, zo te zien, al goed bezig, want hij heeft de nieuwe vloerbedekking volledig afgedekt met grote grijze aanelkaargeplakte vuilniszakken. Hij had het badkamerspetterspektakel van groene en rode vlekken nog vers in zijn gedachten. Hun bed staat niet op klossen, sterker nog, er zitten geeneens pootjes onder. Een gigantisch witleren gecapitonneerd hoofdboard met daarbij een idem luxe brede bedrandombouw wat mij de comfortabele ruimte geeft om met één bil op de rand plaats te nemen in plaats van op de knieën ervoor.

Het is half vijf. Dionne perst en zucht dynamisch en luidruchtig, het hele lijf doet mee, inclusief de stembanden. Ze draait alle kanten op en ligt op een gegeven moment helemaal overdwars.

Na een kort en zo direct nader te beschrijven intermezzo, volgt een vlotte geboorte in zijligging.

16:39.

Hier het intermezzo in het heetst van de strijd. Check jullie veiligheidsriemen! Enkele minuten na half vijf, als Dionne net voluit durft te persen: ‘Dingdong!’ De voordeurbel.

Ik denk; Kraamzuster! Ren de trap af, ruk de voordeur open, zie een vrouw staan met grijze haren en een vragend gezicht. Terwijl ik me omdraai om terug naar boven te vliegen, mompel ik dat het kind op het punt van geboren staat. Bonkbonkbonkbonk. De dertien treden in vier sprongen, ritselritselritsel, de vuilniszakken, dan sta ik weer naast het bed en zie haartjes.

Ik verwachtte dat de hulp me zou volgen, maar ik hoor niks van simultaanbonken in het trappenhuis.

‘Joehoe kom maar boven!’, roep ik, en mopper richting Geert en Dionne: ‘Waar blijft ze nou?’ Een volgende wee laat op zich wachten, Geert vraagt of hij zal kijken.

‘Prima, maar snel weer boven komen hoor…’

Bonkbonkbonk, hij kan het in drie, huiskamerdeur open, en weer dicht, voordeur open, voordeur weer dicht, wc-deur open. ‘Nee?!’ Nu ben ik degene met het vraagtekenhoofd. ‘Huh?’

BonkBonkBonk, ritselritselritsel, plof, terug op bed. ‘Nee, er was niemand…’

Dan was het niet de kraamzorg, maar een wildvreemde aanbeller? Enfin, een volgende perswee: ‘Zet ‘m op meid, pers maar door!’

Een schattig ventje wordt geboren, Jameson, bijna zes pond.

Vlak na de geboorte van de placenta, ‘Dingdong!’ de bel. Opengedaan door papa Geert deze keer, stapt de echte kraamverzorgende binnen. De ‘wilde bezoekster’ scheen de buurvrouw te zijn geweest. Zij hoorde zoveel kabaal bij haar nieuwe buurtjes en dacht dat ze misschien ergens mee kon helpen.

Ach, beter een goeie buur(tgenoot), dan een verre vriend hè. Welkom in Zeewolde!